Wat zijn de risicofactoren voor het ontwikkelen van tumoren aan het centraal zenuwstelsel?

Wat zijn de risicofactoren voor het ontwikkelen van tumoren aan het centraal zenuwstelsel?

Risicofactoren zijn factoren die invloed hebben op de kans om een bepaalde aandoening te ontwikkelen. Hoewel bepaalde risicofactoren een belangrijke invloed kunnen hebben op de ontwikkeling van tumoren, worden ze vaak niet aanzien als de rechtstreekse oorzaak van de ontwikkeling van kanker. Door alert te zijn op risicofactoren kan je middels betere levensstijl keuzes echter zelf aanzienlijk bijdragen aan risicovermindering…

De volgende risicofactoren zijn in de literatuur onderzocht:

  • Leeftijd: Hersentumoren komen vaker voor bij kinderen en oudere volwassenen, al kunnen ze zich in elke leeftijdscategorie ontwikkelen.
  • Geslacht: Mannen hebben meer kans dan vrouwen om hersentumoren te ontwikkelen.
  • Ras / etniciteit: In de Verenigde Staten hebben blanke personen een hoger risico op het ontwikkelen van bepaalde vormen van kanker, zoals gliomen
  • Blootstelling aan chemicaliën: pesticiden, aardolie, rubber, of vinylchloride kunnen het risico op hersentumoren verhogen. Alhoewel deze elementen vaak besproken worden is er nog geen sluitend wetenschappelijk bewijs dat deze stoffen kanker veroorzaken.
  • Familiegeschiedenis: Ongeveer 5% van de hersentumoren kunnen worden gekoppeld aan erfelijke genetische aandoeningen zoals neurofibromatose, Li-Fraumeni syndroom, het basocellulaire nervus-syndroom, tubereuze sclerose, syndroom van Turcot en de ziekte van Von Hippel-Lindau
  • Blootstelling aan infecties, virussen en allergenen: Infectie door het Epstein-Barr virus (EBV) verhoogt het risico op lymfomen van het centrale zenuwstelsel. Ook voor andere soorten virussen werd bij onderzoek op dieren aangetoond dat ze kankerverwekkend kunnen zijn.
  • Elektromagnetische velden: het is nog niet aangetoond dat elektromagnetische velden, zoals stralingen van mobiele telefoons, een verband houden met de ontwikkeling van hersentumoren. Toch heeft de World Health Organization aanbevolen het gebruik van mobiele telefoons te beperken voor zowel volwassenen als kinderen.
  • Ioniserende straling: röntgenstraling en eerdere behandelingen van hersentumoren met ioniserende straling, hebben een verhoogd risico op tumorgroei aangetoond.
  • Hoofdletsels: Er is onderzoek verricht naar het verband tussen ernstige hoofdletsels en het voorkomen van hersentumoren. Sommige studies hebben aangetoond dat er een verband is tussen hoofdtrauma en meningeoom.
  • Convulsies: convulsies zijn sinds lang geassocieerd met hersentumoren omdat convulsies één van de symptomen van kanker aan het centraal zenuwstelsel vormen. Het is echter niet volledig bekend of convulsies het risico op hersentumoren verhogen of niet.
  • N-nitroso verbindingen: N-nitroso verbindingen via voeding worden gevormd in het lichaam van nitrieten en nitraten, die voorkomen in gegrild vlees, sigarettenrook en cosmetica. Sommige studies geven aan dat de aanwezigheid van N-nitroso verbindingen het risico op hersentumoren bij zowel kinderen als volwassenen kan verhogen.
  • Blootstelling aan zenuwgassen: Een studie heeft uitgewezen dat sommige Golf-veteranen een verhoogd risico hebben op hersentumor door de blootstelling aan neurotoxische gassen. Echter, er is meer onderzoek nodig om hierover een sluitend verband aan te tonen.

Sources:

http://www.cancer.net/cancer-types/brain-tumor/symptoms-and-signs

http://www.cancer.org/cancer/braincnstumorsinadults/detailedguide/brain-and-spinal-cord-tumors-in-adults-risk-factors

Wat is kanker ter hoogte van het centrale zenuwstelsel?

Wat is kanker ter hoogte van het centrale zenuwstelsel?

HiRes

Samen met het hersenweefsel vormt het ruggenmerg het centrale zenuwstelsel (CZS). Tumoren die aldus in de hersenen en het ruggenmerg woekeren behoren tot de categorie kankers van het centrale zenuwstelsel. Doordat het denk-, spraakvermogen, en lichaamsbeweging door het CZS gedirigeerd wordt, zal een tumor ter hoogte van het CZS meestal gevolgen hebben voor het denkproces, de spraak of het bewegingsvermogen.

Er zijn twee soorten hersentumoren: primaire en secundaire hersentumoren.

Primaire hersentumoren ontstaan in het hersenweefsel en kunnen zowel laaggradig (low grade) of hooggradig (high grade) zijn. A laaggradige tumor groeit langzaam, maar heeft de potentie om zich tot een hooggradige tumor om te ontwikkelen. Een hoogwaardige tumor groeit snel.

Secundaire hersentumoren ontstaan als gevolg van uitzaaiingen van primaire tumoren die elders in het lichaam voorkomen, bv. in de borst of de longen. Secundaire hersentumoren worden ook hersenmetastasen genoemd. Deze vormen van hersentumoren komen vaker voor dan primaire hersentumoren. Tumoren kunnen zowel goedaardig als kwaadaardig zijn. Zowel goedaardige als kwaadaardige tumoren veroorzaken symptomen en vereisen behandeling. Goedaardige vormen van tumoren verspreiden zich zelden naar andere delen van de hersenen. Kwaadaardige tumoren, anderzijds, kunnen zich verspreiden naar andere delen van de hersenen.

Soorten hersentumoren:

Verschillende soorten tumoren in hersenen en ruggenmerg vinden hun oorsprong in verschillende delen van de respectievelijke organen waarmee ze zijn verbonden. In het algemeen zijn gliomen de meest voorkomende vorm.

Een glioom is een tumor die groeit uit een glia cel (een ondersteunende cel in de hersenen). Bij de diagnose krijgt een glioom een cijfer dat aangeeft hoeveel de tumor lijkt op gezond hersenweefsel. Hoe hoger het cijfer, hoe waarschijnlijker de tumor sneller groeit. De soorten gliomen zijn:

  • Astrocytoom: dit is het meest voorkomende glioomvorm. Ze ontstaan in cellen die astrocyten heten, en gelegen zijn in het deel van de hersenen cerebellum Er zijn vier categorieën van astrocytoma: Graad I, II, III en IV. Graad IV correspondeert met de meest ernstige vorm, en worden glioblastoma genoemd.
  • Oligodendroglioom: ontwikkelt zich uit cellen die oligodendrocyten heten en deel uitmaken van myeline, het weefsel dat de zenuwcellen omringt.
  • Gemengde glioma: bestaat uit meer dan één gliale celsoort.
  • Ependymoom: begint in de delen van de hersenen waar de cerebrospinale vloeistof gevormd en opgeslagen wordt.
  • Hersenstam-glioom: ontstaat in de gliacellen van de hersenstam

Niet-glioomtumoren zijn tumoren die voortkomen uit cellen in de hersenen die geen deel uitmaken van het gliale of het steunweefsel. De soorten niet-glioom tumoren omvatten:

  • Meningioom: Dit type tumor is de meest voorkomende primaire hersentumor en begint in de hersenvliezen.
  • Pijnappelklieren hypofysetumoren die zich bevinden in de pijnappelklier en hypofyse
  • Primaire CZS lymfoom: een type lymfoom dat ontstaat in het lymfestelsel in de hersenen.
  • Medulloblastoom: begint in de granulaire cellen van het cerebellum.
  • Craniopharyngioma: begint bij de hypofyse, aan de basis van de hersenen.
  • Akoestische schwannoma: begint in de vestibulaire zenuw, die gelegen is in het binnenoor. Deze zenuw is bepalend voor het evenwicht.

Sources:

http://www.cancer.org/cancer/braincnstumorsinadults/detailedguide/brain-and-spinal-cord-tumors-in-adults-what-are-brain-spinal-tumors

http://www.cancer.net/cancer-types/brain-tumor

Wat zijn de symptomen van tumoren aan het centraal zenuwstelsel?

Wat zijn de symptomen van tumoren aan het centraal zenuwstelsel?

Personen bij wie zich een hersentumor heeft ontwikkeld, kunnen zowel algemene als specifieke symptomen vertonen. Een algemene symptoom is het gevolg van de verhoogde intracraniale druk door de mechanische druk veroorzaakt door de tumor in de hersenen of het ruggenmerg weefsel. Specifieke symptomen worden veroorzaakt wanneer een specifiek deel van de hersenen niet goed functioneert door de tumor.

Volgende algemene symptomen komen vaak voor bij personen met een hersentumor:

  • Hoofdpijn: deze kan ernstig zijn of geleidelijk slechter worden, met episodes die in de ochtend het ergste kunnen zijn
  • Stuiptrekkingen: plotselinge onwillekeurige bewegingen
  • Geheugenstoornissen
  • Misselijkheid en / of braken
  • Vermoeidheid

Specifieke symptomen kunnen de volgende zijn:

  • Druk of hoofdpijn
  • Verlies van stabiliteit en evenwichtsstoornissen (gekoppeld aan een tumor in het cerebellum)
  • Problemen met fijne motoriek (als gevolg van een tumor in het cerebellum)
  • Veranderingen in het cognitief functioneren, verlies van initiatief, traagheid en spierzwakte (veroorzaakt door een tumor in de frontale kwab van de hersenen)
  • Gedeeltelijk of volledig verlies van het gezichtsvermogen (als gevolg van een tumor in het achterhoofd of de temporale kwab van de hersenen)
  • Veranderingen in de spraak, gehoor, geheugen of emotionele toestand (als gevolg van een tumor in de frontale of temporale kwab van de hersenen).
  • Moeite met slikken, zwakte aan het gezicht of gevoelloosheid (als gevolg van een tumor in de hersenstam)
  • Onvermogen om naar boven te kijken (als gevolg van een tumor in de pijnappelklier)
  • Visieveranderingen (toegeschreven aan een tumor in de frontale kwab, occipitale kwab of hersenstam).

De hersenen en het centrale zenuwstelsel zijn verantwoordelijk voor het controleren van vele organen, waaronder ook diegenen verantwoordelijk voor de productie van hormonen. Zo kunnen hersentumoren andere symptomen veroorzaken dan diegene die hier vermeld staan door veranderende hormoonaanmaak.

Raadpleeg altijd je arts in geval je twijfels hebt of symptomen ervaart.

Sources:

http://www.cancer.org/cancer/braincnstumorsinadults/detailedguide/brain-and-spinal-cord-tumors-in-adults-signs-and-symptoms

http://www.cancer.net/cancer-types/brain-tumor/symptoms-and-signs

Symptomen van huidkanker

Symptomen van huidkanker

Ook wat betreft de symptomen is er een verschil tussen de melanoma en non-melanoma kankervormen :

Bij non-melanoma huidkanker (basaalcelcarcinoom en plaveiselcelcarcinoom) bestaan de symptomen o.a. uit het ontstaan van zweertjes die niet genezen of een hobbelige huid, die vaak ook pijnlijk is.

Symptomen van basaalcelcarcinoom (BCC) beginnen meestal met min of meer doorschijnende bultjes op de huid op plaatsen die vaak aan de zon zijn blootgesteld, zoals het hoofd, de nek of schouders. Het is niet ongewoon dat er bloedvaatjes zichtbaar zijn in deze bultjes. Als het midden van deze bultjes korstvorming begint te vertonen en begint te bloeden worden ze vaak met zweertjes verward. Symptomen bij plaveiselcelcarcinoom (SCC) zijn meestal zichtbaar op huid die aan de zon is blootgesteld. Ze kunnen echter ook voorkomen op andere plaatsen, zoals op de genitaliën en in de mond. Indien ze niet tijdig behandeld worden kunnen ze blijven aangroeien en groter worden.

Deze soorten tumoren kunnen zich manifesteren als verschillende vormen:

  • Een stevige rode knobbel
  • Een vlakke laesie met een schilferige korst
  • Zweren in de mond
  • Een rode, verhoogde vlek op de geslachtsdelen of rond de anus

De symptomen bij melanoma huidkanker zijn onder meer het verschijnen van nieuwe ‘moedervlekken of de veranderingen in de grootte, vorm of kleur van bestaande moedervlekken. De volgende ABCD-regel zal je helpen bij het opsporen van abnormale groei:

  • A staat voor Asymmetrie: als de moedervlek, of sproeten, oneffen (of asymmetrisch) zijn. Of anders voorgesteld: indien de ene helft van de vlek niet in de andere helft past.
  • B staat voor Border, of rand: als de randen ruw zijn, wazig of onregelmatig kan dit een teken zijn van kwaadaardige celgroei.
  • C staat voor Color, of kleur: een verandering in de kleur of verandering in de kleurverdeling van vlekken
  • D staat voor Diameter: elke moedervlek die groter is dan 6mm kan wijzen op het ontstaan van huidkanker.

Ander symptomen zijn:

  • Roodheid of zwelling die zich verspreid naar de omliggende huid
  • Jeuk op de huid ter hoogte van bestaande moedervlekken
  • Veranderingen in de structuur van moedervlekken of bloedingen uit een bestaande moedervlek
  • Moeilijke genezing of zweertjes die steeds opnieuw opduiken.

Wees ervan bewust dat huidkanker zich in verschillende vormen kan manifesteren, zelfs in lichaamsdelen die niet vaak aan de zon worden blootgesteld. Het is daarom zeer belangrijk dat je jezelf op regelmatige basis controleert of laat controleren op afwijkende huidveranderingen. Sommige symptomen kunnen ook veroorzaakt worden door andere oorzaken dan kanker, maar het is belangrijk om elke verandering van de huidkarakteristiek met je arts te bespreken.

Sources:

http://www.cancercenter.com/skin-cancer/

http://www.healthline.com/health/skin-cancer/symptoms#Overview1

http://www.cancer.org/cancer/skincancer-melanoma/detailedguide/melanoma-skin-cancer-signs-and-symptoms

http://www.mayoclinic.org/diseases-conditions/skin-cancer/basics/symptoms/con-20031606

De behandelingsmogelijkheden van huidkanker

De behandelingsmogelijkheden van huidkanker

In het algemeen kan huidkanker behandeld worden door middel van chirurgie, al worden er steeds meer behandelingsmogelijkheden voorgesteld aan de patiënt. Afhankelijk van de grootte, type, diepte en locatie van de kanker zal een gepaste behandeling naar voren worden geschoven.

In geval van kleinschalige vorm van kanker (of pre-cancereuse cellen) kan de behandeling worden beperkt tot het eenvoudig verwijdering van de gehele groei (insnijden, dichtschroeien of wegschrapen). Indien er verdere interventie vereist is, kan deze bestaan uit o.a.:

  • Bevriezing of cryotherpay. Vaak gebruikt voor vroegtijdige vormen van kanker door ze te bevriezen met vloeibare stikstof. Het dode weefsel valt van de huid af bij ontdooiing.
  • Hierbij wordt de kanker, samen met wat gezonde omliggende huid, weggesneden.
  • Mohs micrografische chirurgie wordt gebruikt bij de behandeling van grotere, terugkerende of moeilijk te behandelen huidkanker. Het wordt algemeen gebruikt voor basale en plaveiselcelcarcinomen maar wordt ook steeds vaker gebruikt voor melanomen. Dunne weefsellagen worden laag per laag verwijderd en geëvalueerd op het voorkomen van kankercellen. De operatie eindigt wanneer de verwijderde laag geen kankercellen meer vertoont.
  • Curettage (wegschrapen) in combinatie met elektrocoagulatie (dichtschroeien) wordt vaak na het verwijderen van de huidkanker toegapst. Hier wordt een naaldvormige elektrode gebruikt om kankercellen rondom het wondgebied te bevriezen of te vernietigen. Dit wordt voornamelijk gebruikt om basale celkanker of plaveiselcelcarcinomen te behandelen.
  • Bestraling of radiotherapie wordt gebruikt wanneer een chirurgische ingreep niet alle kankercellen kan verwijderen. Deze vorm van behandeling wordt ook gebruikt indien kankercellen zich verspreid hebben naar de lymfeklieren of andere delen van het lichaam of bij een terugkerende kanker.
  • Locale chemotherapie kan worde n gebruikt op verschillende manieren voor de behandeling tegen huidkanker. Bepaalde zalven / crèmes kunnen worden gebruikt voor kankers die zich beperken tot de bovenlaag van de huid. In het geval dat de kanker zich verspreid heeft kan intraveneuse –chemotherapie aanbevolen worden.
  • Fotodynamische therapie, of lichttherapie, bestaat uit het gebruik van medicatie die kankercellen zichtbaarder maken en deze vervolgens te vernietigen met laserlicht. Dit is een relatief nieuw soort behandeling en is het meest succesvol met basale huidkanker die zich niet te diep in de huidlaag bevindt.
  • Immunotherapie is gericht op het behandelen van kankercellen in de huid door het manipuleren van het immuunsysteem van het lichaam die de kankercellen moet doden. Het wordt gebruikt voor niet-melanoma evenals geavanceerde melanoma.

Sources:

http://www.cancerresearchuk.org/about-cancer/type/skin-cancer/treatment/which-treatment-for-skin-cancer

http://www.webmd.com/melanoma-skin-cancer/detection-treatment-skin-cancer

http://www.skincancer.org/skin-cancer-information/melanoma/melanoma-treatments

http://www.cancer.gov/types/skin/patient/skin-treatment-pdq#link/_59

Wat is huidkanker?

Wat is huidkanker?

Wist u dat onze huid niet zomaar al onze organen en vatenstelsels omvat en verpakt, maar tevens ons grootste orgaan is? De belangrijkste functie van onze huid bestaat erin ons lichaam te beschermen tegen letsels en infecties. Daarbij is ze ook verantwoordelijk voor het reguleren van onze lichaamstemperatuur, het opslaan van water en vet, het opnemen èn afgeven van tal van moleculen.

Kort samengevat bestaat de toplaag van de huid, epidermis genoemd, uit diverse soorten cellen, met name plaveiselcellen, basaalcellen en melanocyten.

Indien er in de toplaag de epidermis een abnormale celgroei is spreekt men van huidkanker.

Bij huidkanker maakt men een onderscheid tussen volgende drie soorten:

  • Basaalcelcarcinoom
  • Plaveiselcelcarcinoom
  • Melanomen

Basaal- en plaveiselcelcarcinomen (ook bekend als non-melanoma huidkanker) zijn de meest voorkomende vormen van kanker: deze ontwikkelen zich meestal als gevolg van langdurige blootstelling aan de zon, vooral op lichaamsdelen zoals het hoofd en de nek. Dit soort kanker verspreidt zich eerder zelden naar andere delen van het lichaam en zijn over het algemeen goed behandelbaar. Toch is het belangrijk ook deze vorm van huidkanker vroegtijdig te diagnosticeren en te behandelen. Indien niet behandeld bestaat wel degelijk het risico dat de kanker zich langzaam verspreid naar andere lichaamsdelen en organen, met mogelijk fatale afloop.

Melanomen daarentegen zijn heel wat gevaarlijker. Ze ontwikkelen zich in de melanocyten, dit zijn cellen die pigmenten produceren en ons onze huidskleur geven. Melanocyten zijn o.a. verantwoordelijk voor de vorming van moedervlekken, die goedaardige van aard zijn(dus geen kanker). Melanomen kunnen zich overal in het lichaam vormen, maar zijn vaak terug te vinden op de borststreek en de rug bij mannen en op de benen bij vrouwen. Hoewel melanomen niet zo vaak voorkomen als non-melanome vormen van huidkanker, zijn ze vaak ernstiger. Net als bij basaalcelcarcinoom en plaveiselcelcarcinoom, kunnen melanomen, indien vroeg ontdekt, goed behandeld worden. Echter, indien niet tijdig behandeld, kunnen de melanoma zich diepgaand verspreiden en is de behandeling moeilijker.

Naast bovenvermelde vormen van huidkanker bestaan er nog andere minder voorkomende vormen, zoals Merkel-celtumoren of Kaposi

Sources:

http://www.mayoclinic.org/diseases-conditions/skin-cancer/basics/definition/con-20031606

https://www.aad.org/public/spot-skin-cancer/learn-about-skin-cancer/types-of-skin-cancer

Wat zijn de risicofactoren van huidkanker?

Wat zijn de risicofactoren van huidkanker?

Net zoals bij de symptomen van huidkanker, kunnen ook de risicofactoren in twee groepen worden onderverdeeld: de groep van melanomen en van niet-melanomen. En hoewel niet alle risicofactoren te wijten zijn aan levensstijl, wordt toch aangenomen dat ongeveer 86% van alle gevallen van huidkanker te voorkomen valt door een gepaste levensstijl aan te nemen!

Voor de groep non-melanomen, nl. basaalcelcarinoma en plaveiselcelcarcinoma, bestaan de risicofactoren uit:

  • Ultra Violet (UV) licht: dit is de belangrijkste risicofactor voor huidkanker. De UV-stralen (van zowel de zon als van zonnebanken) beschadigen de DNA van de huidcellen. De duur van de blootstelling aan de zon, alsmede het al dan niet beschermen van de huid heeft een grote impact op het risico tot ontstaan van huidkanker.
  • Blanke huid: Iedereen heeft een risico op huidkanker, echter, blanke personen met een gevoelige huid hebben een hoger risico dan personen met een donkere huid. Dit komt omdat donkerdere huid veel meer melanine bevat, een stof die de huid helpt beschermen tegen schadelijke UV-straling. Hoe bleker de huid, hoe hoger het risico.
  • Leeftijd: het risico op huidkanker stijgt met de leeftijd, waarschijnlijk door de accumulatie van blootstelling aan UV-straling doorheen de jaren.
  • Mannen hebben twee keer zoveel kans op het ontwikkelen van bepaalde types van huidkanker dan vrouwen.
  • Blootstelling aan chemische stoffen: bepaalde chemische stoffen kunnen leiden tot een non-melanoma huidkanker, zoals arsenicum, industriële teer, steenkool, paraffine, evenals sommige soorten olie.
  • Blootstelling aan straling: personen die aan straling zijn blootgesteld als gevolg van een huidbehandeling hebben een hoger risico op het ontwikkelen van huidkanker, vooral op de blootgestelde delen
  • Een voorgeschiedenis van huidkanker brengt een hoger risico met zich mee om het opnieuw te ontwikkelen
  • Langdurige of ernstige huidverwondingen zoals brandwonden, littekens en huidbeschadiging door een ernstige inflammatoire huidziekte verhogen wellicht het risico op huidkanker
  • Behandeling van psoriasis: UV-licht behandeling kan de kans op huidkanker verhogen
  • Erfelijke aandoeningen zoals XERODERMA PIGMENTOSUM (XP), vermindert het vermogen van de huid om te genezen van huidschade door de zon en kan leiden tot een hoger risico voor de ontwikkeling van huidkanker.
  • Verzwakt immuunsysteem: mensen met een verzwakt immuunsysteem (door een aandoening of door het nemen van medicatie die het immuunsysteem verzwakt) hebben meer kans op verschillende soorten van kanker, waaronder basaalcelcarinoma en plaveiselcelcarcinoma.
  • Human Papilloma Virus (HPV) infecties, vooral rond de genitaliën of anus kunnen het risico op huidkanker verhogen
  • Roken verhoogt het risico op huidkanker aanzienlijk.
  • Genetica: mensen met een familiegeschiedenis van huidkanker (vooral eerstegraads familielid) vormen een hoger risico op het ontwikkelen van huidkanker.

De tweede groep van huidkanker, melanomen, heeft de volgende risicofactoren:

  • UV-licht: ook hier geldt dat langdurige blootstelling aan UV-stralen het risico op melanoma vergroot.
  • Moedervlekken zijn op zich goedaardige tumoren en het risico dat deze kwaadaardig worden is laag. Dat gezegd zijnde, een persoon met meer moedervlekken heeft meer kans om melanoma te ontwikkelen.
  • Blanke huid: Ook hier, hoe witter de huid, en hoe gevoeliger, hoe hoger het risico. Zozeer zelfs dat blanke mensen 10 keer meer kans hebben op het ontwikkelen van melanoma dan Afro-Amerikanen, roodharigen vormen het hoogste risico.
  • Familiegeschiedenis van melanoom: 10% van de gevallen die gediagnosticeerd zijn met melanoma hebben een naast familielid met deze ziekte.
  • Een persoonlijke geschiedenis van melanoma verhoogt het risico op recidive huidkanker.
  • Een verzwakt immuunsysteem zorgt voor een groter risico
  • Leeftijd: oudere mensen vormen een hoger risico op het krijgen van melanoma. Men dient wel op te merken dat melanoma één van de meest voorkomende huidkankers is bij mensen jonger dan 30.
  • Geslacht: mannen hebben meer kans op melanoma dan vrouwen.
  • Xeroderma pigmentosum (XP) verhoogt het risico op melanoma.

Sources:

http://www.cancerresearchuk.org/health-professional/cancer-statistics/statistics-by-cancer-type/skin-cancer/risk-factors#ref-0

http://www.mayoclinic.org/diseases-conditions/skin-cancer/basics/risk-factors/con-20031606

http://www.cdc.gov/cancer/skin/basic_info/risk_factors.htm

http://www.cancercenter.com/skin-cancer/risk-factors/

http://www.cancer.org/cancer/skincancer-melanoma/detailedguide/melanoma-skin-cancer-risk-factors

http://www.cancer.org/cancer/skincancer-basalandsquamouscell/detailedguide/skin-cancer-basal-and-squamous-cell-risk-factors

Kan huidkanker voorkomen worden?

Kan huidkanker voorkomen worden?

Gelukkig is het antwoord: meestal wel!

We weten inmiddels dat kanker en levensstijl aan elkaar gelinkt zijn. Ook wat betreft huidkanker zijn er dan ook diverse maatregelen die genomen kunnen worden om het risico op huidkanker te verminderen. Hieronder volgen een aantal tips:

  • Vermijd directe blootstelling aan de zon, vooral rond het middaguur. Voor het grootste deel van de wereld betekent dit tussen 11:00-16:00 (als de UV-index 3 of meer bedraagt). Probeer tijdens die uren activiteiten in de buitenlucht te beperken. Hierdoor gaat de huid minder UV absorberen met als gevolg een verminderde kans op schade door UV stralen.
  • Zoek de schaduw op. Indien je toch tijdens momenten van hoge UV-indes buiten moet zijn, probeer dan zoveel mogelijk de zon te vermijden.
  • De American Cancer Society heeft een slogan die enkele tips geeft om jezelf te beschermen: Slip! Slop! Slap! Dit staat voor ‘Slip on a t-shirt’, of: doe een t-shirt aan; ‘Slop on the sunscreen’, of smeer zonnecrème op; en ‘Slap on a hat’, of zet een hoed op  Voor het gebruik van zonnecrème wordt aangeraden een breedspectrum crème te gebruiken (UVA / UVB) met een SPF van 15 of hoger. Herhaal het aanbrengen van zonnecrème om de 2 uur, en vooral voor en na het zwemmen.
  • Draag een goede zonnebril om zowel je ogen als de gevoelige huid rondom de ogen te beschermen
  • Vermijd zonnebanken. Ook deze apparaten produceren Uv-stralingen die het risico op huidkanker kunnen doen toenemen.
  • Bescherm je kinderen. Kinderen spenderen veel tijd door in de openlucht, waardoor ze vaker aan de zon zijn blootgesteld. Het is belangrijk dat je ze op de hoogte brengt van de gevaren van teveel blootstelling aan de zon, maar ook om ze te beschermen door bijvoorbeeld in te smeren en gepaste kledij te dragen.
  • Spot-check moedervlekken regelmatig. Door op regelmatige basis je moedervlekken te controleren heb je meer kans om afwijkingen te detecteren. Mensen met veel moedervlekken en een gevoelige huid doen er goed aan jaarlijks op controle te gaan bij de dermatoloog.

Sources:

http://www.skincancer.org/prevention/sun-protection/prevention-guidelines

http://www.cancer.org/cancer/skincancer-melanoma/detailedguide/melanoma-skin-cancer-prevention

http://www.mayoclinic.org/diseases-conditions/skin-cancer/basics/prevention/con-20031606

Questions To Ask Your Oncologist

Questions To Ask Your Oncologist

Regarding Diagnosis:

  • Name and stages
    • What is the exact name of my diagnosis?
    • Can I have a copy of my diagnosis reports? Like this I have the exact name of my diagnosis.
    • Is there a stage, if yes, what stage do I have?
    • Is the disease local (in some organ), or does/did it spread?
    • What tests are needed to fine tune or confirm the diagnosis?
    • Can you give me the list for what biomarkers I have been tested for and the results of that testing?
  • Progression
    • How does the disease progress?
    • Should I go for additional tests?
    • What is my prognosis?
    • What can I expect next?
  • Second opinion:
    • Who do you recommend for a second opinion? Should I have new tests if I go that way?
    • Can I have a copy of all my test results for a second opinion?

Regarding Treatment:

  • When your oncologists talks about a treatment:

    • What are the symptoms of my diagnosis?
    • What are my treatment options?
    • When should I start treatment?
    • What does my treatment entail: should I be treated in the hospital or should I take medication at home, or both?
    • How long will my treatment be?
    • Are there alternatives for the treatment you prescribe?
    • Will the treatment get rid of my cancer, or just protect it from further growth?
    • Is the treatment already on the market or is it in a testing phase? (see questions on clinical trials if in testing phase)
    • What support do I need during my treatment?
    • Do you suggest any complementary treatment (supplements, diet, sports,…) ? See questions on lifestyle.
  • Fertility:
    • Does the treatment have an impact on my fertility?
    • If I want children, is this still possible during or after the treatment?
  • Clinical Trials
    • What are clinical trials?
    • Are there risks attached to participating in a trial?
    • What happens during a clinical trial?
    • What happens once the clinical trial is finished?
    • Are there any costs related to participating in a clinical trial?
    • For what am I insured when I participate in a trial?
    • Do you recommend me participating in a specific trial?
    • Are there any clinical trials for my condition?
    • Could I be eligible for a clinical trial?
  • Side effects
    • What are the most common side effects for my treatment?
    • Can I prevent or manage certain side effects?
    • How long will I experience side effects?
    • Are there long terms side effects?
    • Can I prevent fatigue?
    • Can I prevent cognitive issues (chemo brain)?

Regarding Lifestyle:

  • Should I be aware about my lifestyle?
    • Can I be physically active?
    • Should I be physically active, if yes –what do you recommend?
    • What food can I eat, and what not?
    • Can I drink alcohol if I would consider doing it?
    • If I smoke, should I stop?
    • Can I take supplements? If yes, what kind?
    • Should I avoid certain supplements?

Regarding Cost of Treatment:

  • Will my treatment be covered by my insurance?
  • How much will it cost?
  • Will it be temporary or will there be long-term costs associated to my disease and treatment?
  • Who can help me with my questions on costs of treatment?

Tips for Before, During, and After Your Oncologist Appointment

Tips for Before, During, and After Your Oncologist Appointment

Sometimes it can be very difficult to get all the information you need with the short time you spend duringiStock_000063343045_XXXLarge your consultation with your oncologist.  Especially the first time you get the diagnosis, this can be hard, as your mind will not be very aware of everything your oncologist is telling you at that moment.  Once in treatment, or even in follow-up once in remission, it can be good that you are prepared before you see your physician.

Being able to ask all the questions you want will help you to be better informed on your condition.  In order to help you, we provide a set of questions that you could ask to your physician. Pick out the ones you like or you feel are more relevant for the situation you are in.

The aim is that you learn to take an active role in your treatment planning and in your survivor planning once you are there.

Preparing your appointment

  • Take your notebook, a piece of paper or print a list of questions and write down or indicate what information you would like to know.
  • Write down words that you do not understand, or words that you don’t know how to interpret in a specific context.
  • Think about going for a second opinion. Ask yourself if you would like to ask this to your physician, maybe he/she can redirect you.
  • Do you have enough material about your disease? Would you like to know what material is around there? Ask your nurse and oncologist for such information if available.
  • Not all information on the internet is reliable. If you have doubts about anything, mention to your physicians what your worries are, they will help you out or refer you with credible information.
  • Mentally rehearse asking the questions you want to your nurse or physician. This might help you if you have some mental barrier to ask these questions. Alternatively, you can try to mail them prior to your consultation to you nurse or physician if you have the contact details.
  • If you wish, make a copy of the questions you have to hand over to your physician during the consultation.
  • Tip: don’t print all the internet pages you have found. This will end up in a big pile, and might evoke the opposite reaction. Just one A4 page with your questions should do.

During your appointment

  • Before going in, rehearse the questions you want to ask. This again will help to cross the mental barrier if there is one.
  • Have your list of questions ready in your hand when you go into the consultation room.
  • The first thing when seeing your nurse or oncologist, say that you have some questions you would like to ask before the consultation ends. Say this at the beginning of your consultation while shaking hands, so he/she is prepared and might anticipate on you having questions. If you have printed your questions, hand it over to him.
  • If there are terms that you do not understand, interrupt and simply ask to explain that term.
  • Before going out, ask yourself if all your questions have been answered.

After your appointment

  • If you can, sit down in the waiting room to write down as much as you can, as it is still fresh in your memory.
  • Once home, go over your questions and notes, and check if you have all your answers.
  • Write down your answers in your journal or notebook.
  • Go online to complete your information in treatment plans or survivor plans. On Esperity, you can
    • enter your medication history
    • enter your complementary treatments
    • enter your diagnosis
    • schedule your new appointments and add comments (and get email reminders)
  • Talk about your appointment with a loved one. Talk about how you feel and what the oncologists and nurses told you.
  • Sometimes, it can help to go online and talk to other people, preferably with the same condition. Sharing experiences might re-enforce you and educate you on your condition. This will lead to more questions that you can share with your oncologist during your next visit.

redirect

redirect

Lymfklierkanker Vereniging Vlaanderen LVV

Lymfklierkanker Vereniging Vlaanderen LVV

Lotgenotengroep Hodgkin en non-Hodgkinpatiënten

Patiënten en hun familie vinden bij de Lymfklierkanker Vereniging Vlaanderen informatie over de ziekte en de verschillende behandelingsmethoden.
Contact met lotgenoten schept een band. Patiënten ervaren niet te alleen te staan met de ziekte en de problemen die er uit voortvloeien.
De LVV biedt ondersteuning door:
– de organisatie van informatieve bijeenkomsten
– persoonlijk contact
– de lotgenotentelefoon
– door de uitgave van een driemaandelijkse nieuwsbrief
– de organisatie van ons jaarlijks symposium

Bezoek onze website www.lymfklierkanker.be

Vie et Cancer

Vie et Cancer

Bienvenue sur Vie et Cancer

mag mertens vie et cancerEn tant que survivante du cancer, j’ai expérimenté les difficultés inhérentes à la maladie.

Mais ce qui m’a le plus durement touché, a été de gérer « l’après ». les angoisses de rechute, le sentiment de solitude, les difficultés à reprendre le travail et sa vie « normalement ». C’est lors de cette difficile transition qu’il est devenu évident pour moi de créer quelque chose pour toutes les personnes dans cette période particulière que j’appelle « l’après-cancer ».

Travaillant depuis près de dix ans dans la Communication, et devenue coach certifiée, j’accompagne désormais les personnes une fois que la maladie est partie mais que les questions demeurent. Fondatrice de Vie & Cancer, un site Internet dédié à la question, coach de vie, je m’attache à relever toutes les problématiques inhérentes à l’après-cancer et à accompagner au mieux les personnes qui le souhaitent.

Contact Stopdarmkanker

Contact Stopdarmkanker

Contact

contacticonContacteer ons door het contactformulier in te vullen.

 

 

Op 4 februari 2012 had de oprichtingsvergadering van de VZW Stop Darmkanker plaats. De statuten van de VZW verschenen in het Belgische Staatsblad op 19 juli 2012

De Raad van Bestuur bestaat uit :

  • Voorzitter : Theo Vaes, bestuurder van vennootschappen
  • Secretaris : Luc Peeters, advokaat
  • Penningmeester : Luc Colemont, geneesheer-specialist

In het Dagelijks Bestuur zetelen Marleen Wauters, Marina Rypens en Luc Colemont.

Onze missie :  Onze beweging “Stop Darmkanker” wil iedereen overtuigen dat het aantal doden door darmkanker drastisch zal dalen door vroegtijdige opsporing.

© 2016 VZW Stop Darmkanker – Ondernemingsnummer: 0847.289.456 – ING 363/1016510/87

Les in darmkanker door Dr. Luc Colemont

Les in darmkanker door Dr. Luc Colemont

Welkom op de StopDarmKanker Community.

Hier kun je anoniem in contact treden met lotgenoten of mantelzorgers. Bezoek ook onze website en volg ons op Facebook of op Twitter.

 

Boek: STOP DARMKANKER- Kennis delen kan levens redden (Lannoo uitgeverij).

stopdarmkanker-boek-lannooEén op twintig Belgen krijgt met darmkanker te maken. In Vlaanderen sterven per dag vijf mensen aan de gevolgen van deze ziekte. Nochtans is darmkanker eenvoudig vroegtijdig op te sporen, en zijn de kansen op genezing in een vroeg stadium veel groter.

Bij het grote publiek is er nog te weinig aandacht voor darmkanker. Daar wil Luc Colemont verandering in brengen. In Stop Darmkanker gaat hij in op verschillende aspecten die belangrijk zijn in een efficiënte strijd tegen de ziekte. Zo vertelt hij onder andere over het nut van het bevolkingsonderzoek, welke symptomen op darmkanker kunnen wijzen, wat de mogelijkheden van behandeling zijn en hoe darmkanker hopelijk een zeldzame ziekte wordt.  Bestel het boek hier.

Les in darmkanker

 

© 2016 VZW Stop Darmkanker – Ondernemingsnummer: 0847.289.456 – ING 363/1016510/87

Informatie – groep

Informatie – groep

Levenskwaliteit: het belang van een pro-actieve houding

`

healthy lifestyle cancer

Een aangepaste levensstijl kan soms tot een significante verbetering van levenskwaliteit leiden. Soms kunnen hierdoor bepaalde bijwerkingen, die gelinkt worden aan specifieke behandelingen, beter getolereerd worden. Er zijn verschillende wetenschappelijke studies die onafhankelijk van elkaar hebben aangetoond dat bepaalde vormen van levensstijl een positief effect hebben op de levenskwaliteit.

Door je levensstijl objectief te volgen, aan de hand van een ‘levensstijl-score’, kunnen fluctuaties over een bepaalde periode je meer bewust maken over welke indicatoren van levensstijl meer aandacht vergen om je globale levensstijl-score te verhogen. De indicatoren die vaak gelinkt worden aan levensstijl zijn fysieke activiteit, slaapkwaliteit, voeding, stressniveau, rookgedrag, alcoholconsumptie.

Wat zijn de aanbevelingen?

Alhoewel iedereen verschillend is en op vlak van gezondheid andere doelen voor ogen kan hebben, zijn er toch een aantal aanbevelingen die je kunt gebruiken om je persoonlijke doelen bij te stellen. Het is natuurlijk belangrijk dat je samen met je arts of gezondheidsspecialisten de haalbaarheid nagaat van je doelen en hun aanspreekt met specifieke vragen die je hebt.  Klik on onderstaande linken om meer te weten over de verschillende topics.

Voordelen en risico’s

Voordelen en risico’s

Terug |

Risico’s en voordelen

Wat zijn de mogelijke voordelen van deelnemen aan klinische studies?

  • De deelnemers hebben toegang tot een veelbelovende behandeling die elders niet beschikbaar is.
  • De nieuwe behandeling kan een grotere werkzaamheid hebben dan de standaardbehandeling.
  • De deelnemers zullen volgens een protocol nauwgezet door zorgverleners worden geobserveerd.

De klinische studie is een experiment en de resultaten ervan zullen voor iedereen van nut zijn. Ofwel zullen patiënten van een nieuwe en nuttige behandeling kunnen genieten ofwel wordt voorkomen dat onderzoekers doorgaan met hun onderzoek naar een nutteloze of schadelijke behandeling. De resultaten zullen onderzoekers ook helpen om ziektes beter te begrijpen.

Wat zijn de mogelijke risico’s van deelnemen aan klinische studies?

  • Het is mogelijk dat de nieuwe behandeling geen toegevoegde waarde heeft.
  • De nieuwe behandeling kan enkele bijwerkingen hebben, die kunnen variëren van kleine en omkeerbare bijwerkingen tot levensbedreigende bijwerkingen. Sommige bijwerkingen kunnen ook weken, maanden of zelfs jaren later opduiken en kunnen schade aan belangrijke organen, zoals hart of nier, of de ontwikkeling van een tweede ziekte inhouden.
  • Bij fase III klinische studies weet u meestal niet of u de nieuwe behandeling wel of niet krijgt.

Alcoholconsumptie

Alcoholconsumptie

Terug | Drinken van alcohol

Het drinken van alcohol

De relatie met het risico op kanker en overlevingskans

Chronische consumptie van alcohol kan het risico op verschillende types van kanker beduidend verhogen: een feit dat herhaaldelijk omschreve wordt in medische publicaties. Het gaat voornamelijk om mond-, keel-, slokdarm-, lever-, darm-, pancreas-, en borstkanker. Vooral Wanneer alcoholconsumptie gepaard gaat met roken wordt het risico om bepaalde type kankers te ontwikkelen bovendien significant hoger [1].

Belangrijker dan de soort alcoholhoudende drank is de hoeveelheid alcohol die genuttigd wordt. De actieve molecule die in alcohol zit is ethanol. Een chronische consumptie van ethanol kan leiden tot inflammatie en zelfs afbraak van bepaalde type cellen in het lichaam. Het is de inflammatie die een eerste stap kan zijn in de ontwikkeling van kanker, voornamelijk slokdarm-, en leverkanker. Ethanol kan ook een invloed hebben op oestrogeenniveaus in het bloed, wat op zijn beurt een invloed kan hebben op het ontwikkelen van oestrogeengevoelige kankercellen, zoals bij ER-positieve (eostrogeen-receptor-positieve) borstkanker[2].

Captura de pantalla 2015-10-19 a la(s) 16.11.25Volgens een reviewartikel in de American Journal of Public Health bestaat het merendeel van alcohol veroorzaakte vrouwelijke kankers uit borstkankers (56% tot 66%), terwijl dit bij mannen longkanker en slokdarmkanker zijn (53% tot 71%) [3].

Hoewel de correlatie tussen alcoholconsumptie en het risico op kanker duidelijk aangetoond is, is de relatie tussen alcoholconsumptie en overlevingskans minder duidelijk [4]. Er zijn namelijk studies bij borstkankerpatiënten die aantonen, dat gematigd alcoholgebruik een verbeterde cardiovasculaire status als gevolg kan hebben, en zelfs een hogere overlevingskans, in vergelijking met een groep die nooit alcohol drinkt [5] Andere studies rapporteren dan weer geen verband tussen alcoholconsumptie en herval van borstkanker en dat het onwaarschijnlijk is dat een gematigde alcoholconsumptie na diagnose een grote invloed heeft op de algemene overlevingskans bij vrouwen met borstkanker [6,7].

In nog een andere studie wordt gerapporteerd, dat foliumzuur het risico op borstkanker veroorzaakt door alcoholconsumptie kan doen afnemen, hoewel meer onderzoek verricht dient te worden over de rol van foliumzuur bij het stoppen van drinken van alcohol.

Als alle gekende effecten van alcohol op de algemene gezondheid in acht genomen worden, is het raadzaam alcoholconsumptie tot een absoluut minimum te herleiden of zelfs volledig te bannen.

Interactie met behandeling

Alcohol kan interageren met bepaalde vormen van chemotherapie, net zoals medicatie kan interageren met een behandeling. Het is dus raadzaam alvorens alcohol te gebruiken tijdens en na een behandeling, je dit eerst grondig met je arts bespreekt.

Er zijn bepaalde chemotherapiedrugs die een gekende interactie hebben met alcohol en het is zeer belangrijk zich bij dergelijk medicatiegebruik volledig van alcohol te onthouden. Dit geldt o.m. voor Procarbazine en Lomustine. Procarbazine is een medicatie die vaak gebruikt wordt om Hodgkin Lymfoma te behandelen bij kinderen en jonge volwassenen, sommige vormen van non-Hodgkin Lymfoma en bepaalde vormen van hersentumoren. Lomustine, ook gekend als CCNA, is een chemotherapiedrug die gebruikt wordt bij de behandeling van verschillende vormen van kanker, zoals – maar niet gelimiteerd tot – borst-, teelbal-, eierstok-, nier- en maagkanker, alsook myeloma, melanoma en sommige vormen van hersentumoren [9,10].

Alcohol en eetlust

Sommige chemotherapiemedicatie kunnen je een onaangenaam gevoel geven waardoor ook je eetlust vermindert. Door een kleine hoeveelheid alcohol te benuttigen kan de eetlust toenemen en kan men zich soms beter ontspannen. Maar zeer belangrijk: vooraleer je alcohol inneemt dien je dit met je arts te bespreken. Wees er ook bewust van dat alcoholische dranken heel anders kunnen smaken door de effecten die chemotherapie op smaakperceptie kan hebben. Indien er kleine wondjes in de mond voorkomen kan dit ook een onaangenaam gevoel geven bij het drinken van alcohol.

Aanbevelingen

Gebaseerd op verschillende studies mbt alcohol en chemotherapie wordt door de American Cancer Society aanbevolen: geen alcohol te gebruiken tijdens behandeling, tenzij de arts uitdrukkelijke toestemming gegeven heeft. Na de behandeling zijn de algemene aanbevelingen één glas of minder per dag voor vrouwen en twee of minder voor mannen [11,12].

Wil je je ervaringen te delen en je levensstijl in de tijd opvolgen? Registreer dan nu op www.esperity.com.

Referenties

  • [1]http://www.cancer.org/cancer/cancercauses/dietandphysicalactivity/alcohol-use-and-cancer
  • [2] Enger et al.; Alcohol consumption and breast cancer oestrogen and progesterone receptor status; Br J Cancer. 1999 Mar; 79(7-8): 1308–1314.
  • [3] David E. Nelson et al. Alcohol-Attributable Cancer Deaths and Years of Potential Life Lost in the United States. Am J Public Health. 2013 April; 103(4): 641–648.
  • [4] Scoccianti et al. Female breast cancer and alcohol consumption: a review of the literature. American journal of preventive medicine. 2014;46(3 Suppl 1):S16–25.
  • [5]Simonsson et al.; Pre- and postoperative alcohol consumption in breast cancer patients: impact on early events. SpringerPlus 2014, 3:261
  • [6]Kwan et al.; Postdiagnosis alcohol consumption and breast cancer prognosis in the after breast cancer pooling project.
  • Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 2013 Jan;22(1):32-41
  • [7]Am et al.; Alcohol consumption and survival after a breast cancer diagnosis: a literature-based meta-analysis and collaborative analysis of data for 29,239 cases. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 2014 Jun;23(6):934-45
  • [8]Islam et al. Alcohol and dietary folate intake and the risk of breast cancer: a case-control study in Japan. Eur J Cancer Prev. 2013;22(4):358–66. Epub 2012/11/28. http://dx.doi.org/10.1097/CEJ.0b013e32835b6a60. [PubMed]
  • [9]http://www.cancerresearchuk.org/about-cancer/cancers-in-general/cancer-questions/alcohol-and-chemotherapy
  • [10]Armand et al. ; Reappraisal of the use of procarbazine in the treatment of lymphomas and brain tumors . Ther Clin Risk Manag. 2007 Jun; 3(2): 213–224.
  • [11]http://www.cancer.org/acs/groups/cid/documents/webcontent/003025-pdf.pdf
  • [12] http://www.cancer.org/cancer/cancercauses/dietandphysicalactivity/alcohol-use-and-cancer

Waarom nieuwe behandelingen testen?

Waarom nieuwe behandelingen testen?

Terug | Waarom nieuwe behandelingen testen?

Waarom nieuwe behandelingen testen?

Als onderzoekers denken dat zij een veelbelovende behandeling hebben gevonden, behandelen zij hun patiënten er niet onmiddellijk mee. Als het een gloednieuwe behandeling is, zullen zij deze eerst in het laboratorium testen, meestal op tumorcellen.

Als de resultaten in het laboratorium bemoedigend zijn, zullen zij de behandeling op dieren testen. Deze onderzoeken zijn streng gereglementeerd om onethische dierproeven te vermijden. Als de resultaten van de dierproeven bemoedigend zijn, zullen de onderzoekers samen met artsen de eerste stap zetten naar experimenteren met de nieuwe behandeling op mensen. Deze eerste stap bij mensen wordt een fase I klinische studie genoemd. Fase II en fase III klinische studies zullen volgen als de resultaten gedurende de vorige stap bemoedigend zijn. Daarom is het risico voor deelnemers in fase I groter dan in fase II, en zullen de risico’s van een fase II studie hoger zijn dan in fase III.

Soms is de geteste behandeling niet nieuw, maar verschillen de manier waarop zij wordt gegeven, de dosering of de combinatie met die van overige behandelingen. Het kan ook een behandeling zijn die al voor een bepaalde ziekte of conditie wordt gebruikt. Voordat deze echter voor een andere conditie wordt gebruikt, moet een nieuw onderzoek worden verricht om na te gaan of de behandeling veilig is en voor de nieuwe conditie werkt. Zie Source: Anticancerfund.com voor meer info.

Een gezonde nachtrust

Een gezonde nachtrust

Terug | Slaapkwaliteit

Het belang van een gezonde nachtrust

Tussen 30% en 75% van de mensen die pas een diagnose gekregen hebben of recentelijk behandeld zijn voor kanker ondervinden slaapstoornissen [1], dat is ongeveer het dubbele van wat waargenomen wordt bij de algemene populatie [2]. Onderzoek heeft uitgewezen dat slaapklachten bij kankerpatiënten vaak bestaan uit moeilijk in slaap vallen en moeilijk doorslapen, onderbroken door frequente en langere periodes van wakker liggen. Deze klachten werden zowel voor als na een behandeling gemeld [3].

Er is aangetoond dat slaapstoornissen niet alleen de productiviteit op het werk en mentale gezondheid negatief beïnvloeden, maar ook de algehele levenskwaliteit verminderen; bovendien kunnen ze als een predictor dienen voor andere complicaties bij kankerpatiënten [4, 5, 6].

Waarom slaap belangrijk is voor kankerpatiënten

Wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat een slechte slaap invloed kan hebben op terugval van kanker. Gedurende de slaap wordt in onze hersenen het hormoon melatonine geproduceerd. Melatonine is een zeer belangrijke prikkel voor ons immuun systeem en heeft oncostatische eigenschappen, wat wil zeggen dat het het risico van de progressie van kanker kan verkleinen. Bij slecht slapen, vooral wanner het een chronisch slaapprobleem betreft, kan de verhouding tussen melatonine en cortisol beïnvloed worden. Deze verhouding kan een invloed hebben op het gedrag van kankercellen [7].

“Patienten hebben zoveel mogelijk vitaliteit en energie nodig tijdens een behandeling. Slaap laat het lichaam toe zich te ontspannen en te recupereren. Zonder slaap zal ons lichaam meer gestresseerd worden, wat een invloed kan hebben op het herstelproces”, zegt Dr. Altshuler, hoofdarts van het Sleep Lab van Cancer Treatment Centers of America (CTTA- Tulsa) [8].

Verder bestaat er ook een relatie tussen een gezonde slaap en de kans op depressie: er is evidentie dat depressie de kans op terugval van kanker kan beïnvloeden. Een studie, voorgesteld op de jaarlijkse bijeenkomst van de American Society of Clinical Oncology in 2013, rapporteerde dat vrouwen die tekenen vertoonden van depressie tot 50% meer kans hadden op een terugval vergeleken met vrouwen waarbij geen depressie was vastgesteld.

Wat zijn de voornaamste oorzaken van slaapstoornissen bij kankerpatiënten?

Emotionele stress is één van de voornaamste oorzaken van een slechte nachtrust bij kankerpatiënten. Onzekerheid en wakker liggen in verband met zorgen over de toekomst, waaronder angst, depressie en stress gerelateerd aan familiale situaties en financiële zorgen zijn stressvolle factoren die de nachtrust kunnen beïnvloeden.

Maar ook de kanker zelf en de bijwerkingen van bestraling of chemotherapie kunnen slaapstoornissen veroorzaken. Een andere belangrijke oorzaak is pijn, een veelvoorkomend symptoom bij kanker. Studies hebben aangetoond dat slaapstoornissen zowel voor als na de behandeling kunnen voorkomen.

Slaapproblemen kunnen zich voordoen in elk stadium van de behandeling van kanker. Voor sommige patiënten zijn slaapstoornissen zelfs de voornaamste klacht die uiteindelijk tot een diagnose geleid heeft van bepaalde vormen van kanker. Een slechte slaap heeft een negatieve invloed op de levenskwaliteit, al is waargenomen dat de meeste patiënten slaapklachten pas rapporteren nadat men er expliciet achter vraagt. Alhoewel slapeloosheid en zware vermoeidheid de meest gerapporteerde oorzaken van slaapstoornissen zijn, aangevoerd met rusteloze benen syndroom en obstructieve slaapapneu – en ook een directe impact hebben op de levenskwaliteit – zijn deze oorzaken nog niet in detail bestudeerd in de context van kanker [9].

Als de slaap onderbroken wordt of niet lang genoeg duurt zijn de slaapfasen niet volledig en hebben de hersenen niet de tijd om volledig te recupereren. Er zijn studies uitgevoerd bij kankerpatiënten die bestraling ondergingen, waarbij een positieve relatie geobserveerd is tussen de vooruitgang van kanker en slaapproblemen, waarbij angst een rol kan spelen [10]. Vooraleer men tot richtlijnen kan komen om slaapproblemen aan te pakken in relatie tot de levenskwaliteit dient nog verder onderzoek uitgevoerd te worden [10].

Hoe omgaan met slaapstoornissen?

Als men aan chronisch slaaptekort lijdt kan een goede nachtrust veraf lijken. Als slaapproblemen zich gedurende lange tijd manifesteren kan dit een invloed hebben op de gezondheid. Er bestaan verschillende vormen van therapie om de slaap te verbeteren. In vele gevallen kan men werken met psychologen of slaapspecialisten. Cognitieve gedragstherapie, zoals ontspanningsoefeningen, hebben hun gunstig effect reeds bewezen. Mindfunless is een andere optie. Verder kan het ook goed zijn om strenge slaapperiodes te hanteren, met een vast slaap- en waak-uur. Gelieve je arts of medische specialist te consulteren alvorens je met een therapie begint.

Volg je slaapkwaliteit op, alsook andere levenskwaliteitsindicatoren:

Op Esperity kun je je slaapkwaliteit opvolgen. Dit kun je doen door simpelweg een subjectieve score toe te kennen aan je slaapkwaliteit, ofwel door je Fitbit (www.fitbit.com) te koppelen om automatisch je slaappatroon te linken aan je Esperity profiel.  Verder kun je ook je er ook consultaties beheren, meditatieschema’s toevoegen en in contact treden met lotgenoten.  Maak een profiel aan op www.esperity.com/nl.

Slaap opvolgen

Wil je meer informatie over mogelijke behandelingen tegen kanker? Bezoek dan ook www.antikankerfonds.com.

*REFERENCES:

  1. Ancoli-Israel S, Moore P, Jones V. The relationship between fatigue and sleep in cancer patients: a review. Eur J Cancer Care (Engl) 2001;10:245–255.
  2. Berger AM, Parker KP, Young-McCaughan S, et al. Sleep wake disturbances in people with cancer and their caregivers: state of the science.Oncol Nurs Forum.2005;32:E98–E126. A comprehensive review.[PubMed]
  3. Cimprich B. Pretreatment symptom distress in women newly diagnosed with breast cancer.Cancer Nurs.1999;22:185–194.[PubMed]
  4. Cancer Nurs. 2015 Jan-Feb;38(1):60-70. doi: 10.1097/NCC.0000000000000128.
  5. Akman, T., Yavuzsen, T., Sevgen, Z., Ellidokuz, H. and Yilmaz, A. U. (2015), Evaluation of sleep disorders in cancer patients based on Pittsburgh Sleep Quality Index. European Journal of Cancer Care. doi: 10.1111/ecc.12296
  6. Rumble ME, Keefe FJ, Edinger JD, Affleck G, Marcom PK, Shaw HS. Contribution of Cancer Symptoms, Dysfunctional Sleep Related Thoughts, and Sleep Inhibitory Behaviors to the Insomnia Process in Breast Cancer Survivors: A Daily Process Analysis. Sleep. 2010;33(11):1501-1509.
  7. De Bella et al (2013), Melatonin Anticancer Effects: Review, Int J Mol Sci. 2013 Feb; 14(2): 2410–2430.
  8. http://www.cancercenter.com/community/newsletter/article/addressing-sleep-problems-in-cancer-patients/
  9. J Community Support Oncol.2015 Apr;13(4):148-55. doi: 10.12788/jcso.0126. / http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/25978413
  10. Eur J Oncol Nurs.2015 Mar 14. pii: S1462-3889(15)00021-6. doi: 10.1016/j.ejon.2014.12.008. / http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/25782721

Additional references